Ongeveer vijftig meldingen over misstanden
In de afgelopen twee weken zijn zo’n vijftig meldingen binnengekomen over mogelijke misstanden bij Jeugdbescherming Noord. Ouders, pleegouders en (oud-)medewerkers hebben hun zorgen geuit via een meldpunt dat recent werd opgericht door lokale politici. Inmiddels staat ter discussie of de organisatie kan blijven functioneren. Volgende maand wordt duidelijk of Jeugdbescherming Noord mag blijven helpen.
Een betrokken moeder verklaart: “Ik heb geen vertrouwen meer in de organisatie, maar mijn kinderen zijn er wel aan overgeleverd.” Volgens haar ontbraken afgesproken veiligheidsplannen, en werd verkeerde informatie aan de rechter verstrekt.
Achtergrond van Jeugdbescherming Noord
Jeugdbescherming Noord is een van de veertien jeugdbeschermingsorganisaties in Nederland en verzorgt jaarlijks hulp voor ongeveer duizend minderjarigen in Groningen en Drenthe. Zoals het hoort, treedt de organisatie op wanneer een minderjarige thuis niet veilig kan opgroeien of een maatregel van de rechter heeft gekregen.
Onderkennende misstanden en gebrek aan inspraak
Marga de Groot – die als vertrouwenspersoon de meldingen behandelt – signaleert patronen zoals gebrek aan gelijkwaardige communicatie met ouders en versnippering van caseloads doordat elk gezin te maken krijgt met meerdere jeugdbeschermers.
Eerder concludeerde de Inspectie al dat de kwaliteit van hulp ondermaats is en wees op slechte leiding en een probleemsfeer binnen de organisatie. Daardoor vertrekt veel personeel: in Drenthe meer dan de helft en in Groningen ongeveer dertig procent. Sommige jongeren (circa 250) hebben geen vaste jeugdbeschermer, wat de werkdruk verder opvoert.
Inspectie zet in op verscherpt toezicht
De Inspectie Justitie en Veiligheid (JenV) constateerde in maart 2025 ernstige tekortkomingen, zoals vertraagde veiligheidstaxaties en wachttijden op plannen van aanpak. Vanwege de ernst van de situatie is onduidelijkheid ontstaan over de continuïteit van hulpverlening aan kwetsbare kinderen.
Daarom is besloten tot verscherpt toezicht. Het bestuur moet vóór medio januari 2026 duidelijk aantonen dat tekortkomingen zijn opgelost. De Inspectie mag zowel aangekondigd als op onverwachte momenten inspecties uitvoeren en voortgang monitoren via rapportages.




